DE TUIN ONTWAAKT

MIJN TUIN - EP. 5

De tuin schudt stilaan het koude winterdeken van zich af en daarom kriebelt het bij Jean om z'n planten al wat te vertroetelen. De eerste tuinklusjes van het jaar breken aan!

Transciptie 

Ja, het is een beetje nat, het is koud, het waait, maar het is het voorjaar, en ik laat me niet tegen houden om in de tuin te werken, mijn handen jeuken en vandaag ga ik de tuin even goed bezien om te kijken wat wij kunnen doen aan de biodiversiteit, want het hoeft niet altijd in grote natuurgebieden te gebeuren, het kan ook in je eigen, kleine tuin met een aantal tips die ik je ga mee geven, aan het werk!
9 procent van de oppervlakte van Vlaanderen bestaat uit privétuinen en daar zijn wij verantwoordelijk voor, dus we gaan zorgen dat die tuinen biodiverser worden. We gaan zorgen dat die egels bij ons het goed hebben, want waarom zijn het onze vrienden? Een egel eet op één nacht maar liefst veertig slakken. Stel je voor, ook rupsen staan op het menu. Een afgevallen appel of een paddenstoel kan er ook bij gaan – ja – egels zijn eigenlijk alleseters. Maar ze hebben het vooral gemunt op slakken, en dat zijn onze vijanden in de tuin. Als je dus een egel in de buurt hebt, dan hoef je geen slakkenkorrels te gooien. Zo simpel is het. En vandaag gaan we ervoor zorgen dat die egels een makkelijke schuilplaats vinden. We gaan zelf een egelhuisje maken.
Hier heb ik alles wat ik nodig heb om een egelhuisje te maken. Ik heb een inheemse haag, dat is een meidoorn, hier ga ik het huisje mooi onder plaatsen, ik heb m’n materiaal bij en ook een spade mee gebracht, want ik heb straks graszoden nodig om het egelhuisje mee af te dekken en te isoleren, waar het zal komen hier ga ik een beetje takjes wegsnoeien.
Ik ga hier eerst een plankje van weg halen.
In principe zijn we eigenlijk met de ruwbouw al klaar. Kijk, ik heb vier snelbouwstenen, een nokpan, ons bakje – hé – en dit is groot genoeg voor onze egel om in te kruipen. Het moet een beetje naar beneden zodat, als er toch water in komt, dat het toch naar buiten kan. Dankzij de nokpan is er een soort gang naar het slaaphuisje van de egel, en dat is een beveiliging tegen andere dieren, rovers, en zo verder, die het hem lastig zouden kunnen maken. Wat ons nu nog rest, is er een soort van Hobbit-huisje van te maken, namelijk, we gaan dat afdekken met graszoden, maar niet vooraleer we het vol hebben gestouwd met droge bladeren zodat ‘ie lekker warm de nacht kan doorbrengen.
Blad van eik of beuk, of haagbeuk, of plataan, dat zijn vrij taaie bladeren en die kan je prima gebruiken om in zo’n egelhuisje te steken, heb je dat niet in de buurt dan kan je dat altijd doen met wat hooi of stro, maar bladeren zijn nog altijd beter. Het is natuurlijker, en het ligt zomaar voor het rapen of … voor het blazen.
Dit is prima materiaal, dat blad dat deze winter is gevallen, dat hebben we nodig om ons egelhuisje mee te vullen, dat is al lekker droog. En daar gaat ‘ie goed geïsoleerd de winter, en ook de zomer, mee door kunnen. In de zomer, op de hete dagen, als ‘ie gaat slapen, want een egel is een nachtdier, dan heeft ‘ie het ook wel graag koeltjes, en daar zorgen wij voor door te isoleren.
Vier stenen, een nokpan en wat droge bladeren, de ruwbouw is klaar, dan is het nu tijd om de buitenkant mooi rond te isoleren met graszoden.
Ja, dit deksel dient natuurlijk om te voorkomen dat het té nat wordt binnenin. Dit is droog genoeg, de dakpan zit eronder, het bakje heeft zij-openingen en zal dus genoeg verlucht zijn, alhoewel dat het helemaal dicht moet zijn, maar zo’n dekseltje bovenaan, dat moet je doen, zeker niet helemaal afdekken met rubber of plastic, want dan gaat er condens ontstaan als de egel daar woont, en in de winter is die condens heel slecht voor de gezondheid van het beestje.
Ja, reken maar eens uit, hé! Veertig slakken per nacht, maal zeven nachten per week, maal vier weken per maand, maal de tien maanden dat de egel actief is, dan kom je uit op al gauw tienduizenden slakken op een jaar, voor één egel die dit weghaalt uit jouw tuin en de omliggende tuin van je buur. Om bij de buren te geraken, moet ‘ie wel een gevaarlijk parcours afleggen, want meestal is dat omdat de tuinen zo goed omheind zijn, via de straat, en daar kan het gebeuren dat ze platgereden worden, we kennen dat wel. Door een opening, een soort egelpoortje, in de omheining te maken, kan je dat vermijden, en dat gaan we nu doen.
Zo’n drietand, dat is bij mij het handigste tuingerief dat ik ooit in m’n handen heb gehad, echt waar, om zware grond een beetje los te maken, om deze geul die we daarstraks hebben gemaakt om onze graszoden uit te halen en boven ons egelhuisje te leggen, en hier gaan we nu zorgen dat er éénjarigen worden gezaaid, en zo verlengen we de bloeiperiode van onze tuin. Na deze appelaar zal het eenjarige mengsel dat ik er straks zal opgooien, gaan bloeien, en dan gaat de meidoornhaag hier bloeien, en zo verleng je die periode dat bijen en zo verder, allemaal nuttige diertjes, dat die in de tuin hun gading vinden, en dat is biodiversiteit creëren op je eigen, kleine plekje.
Voila, tijd om te zaaien. Meer is er daar niet aan. De grond een beetje losmaken. Eenjarige bloemenmengsels, die vind je tegenwoordig in alle soorten, in de winkel, sommige zijn echt helemaal inheems, sommige, daar zitten dan weer exotische soorten bij, maar dat kan eigenlijk niet veel kwaad voor in een privétuin, in een natuurgebied moet je dat niet doen, maar in een privétuin mag er gerust wat exotisch bij zijn. En wat is nu zo typisch aan eenjarigen? Wel, die gaan binnen één jaar groeien, bloeien, zaad vormen en afsterven. Dat is het principe van eenjarige planten. Het voordeel is dat ze in de zomer beginnen bloeien en dat ze doorgaan tot het echt vriest. Je hebt er dus echt heel lang plezier aan. Zaai je vanaf maart, dan heb je vanaf vier weken later bloemen, tot het gaat vriezen. En wat voor een bloemenmengsel, hé. Kijk, als je gaat zaaien, moet je niet te dik zaaien. Het probleem met een bloemenweide, is dat je het volgende jaar er niets meer van ziet, maar dat komt omdat je alles laat vergrassen. Vergrassen, dat wil zeggen, dat die eenjarigen niet meer door dat groeiend gras – want die geul zal proberen dicht te groeien, dat die daar niet meer door geraken, dus wat je moet doen, volgend jaar, dat is, zelfs in het najaar al eens opnieuw je drietand van stal nemen, en er nog eens goed doorgaan met de drietand en de aarde ‘verstoren’. De meeste eenjarigen zijn ook lichtkiemers, dus moeten aan de oppervlakte liggen om te kunnen kiemen, en als je ieder jaar de aarde verstoort, en een klein beetje zaadjes overhoudt om eventueel wat bij te zaaien, dan kan je vele jaren plezier hebben van zo’n eenjarig mengsel.
Kijk, dat is poepsimpel, hé. In één minuut is dat gemaakt. Een bloempotje, een beetje hooi of wat stro, een klein stokje, en wat touw, en zo maak je een schuilplaats voor oorwurmen. Ja, oorwurmen, een soort griezelbeestje waar veel mensen wat schrik van hebben, maar dat is van in de tijd dat mensen op stro sliepen en die oorwurmen ‘s nachts in je oren kropen, maar dat behoort tot het verleden. Ja, ze kunnen wel eens de knoppen van de dahlia’s kapot bijten, maar dat is collateral damage want in feite zijn het hele, nuttige diertjes. Waarom? Overdag schuilen die diertjes hierin, en ‘s nachts komen ze eruit. En dan gaan ze in die fruitboom op zoek naar hun belangrijkste voedsel, namelijk, bladluizen. Ze eten er tientallen per nacht. Dat wil ook zeggen op een jaar: tienduizenden! Ja. En als je die zo ophangt, dat stokje helpt te verhinderen dat het hooi eruit begint te vallen, als je die zo ophangt, dan zorg je ervoor dat ze ‘s nachts kunnen schuilen en dat ze hun nuttig werk kunnen doen.
Vandaag is de enige droge dag in de week, dus daar moet ik van profiteren! Ik ga nog enkele nuttige tuinwerken uitvoeren. Zet u in uw zetel, en kijk mee.
Tijd om aan het terras of het balkon te denken, of zelfs bolletjes om binnen te zetten en nu is het echt tijd om de blauwe druifjes, de Muscari, naar binnen te halen, er zitten al kleine knopjes in, als je ze buiten laat staan, heb je binnen twee à drie weken de mooie bloei, maar zet ze nu binnen, dan heb je al binnen vijf, zes dagen hele mooie, blauwe druifjes. Die gaan we planten, kijk. Ik heb ze zo gekocht, kijk hoe goed doorworteld, we gaan die niet uit elkaar trekken, die gaan zo in de pot, en die komen zo rond deze hyacinten. Waw, kijk eens, wat een mooi wortelstel, ja, die gaan geur in huis brengen, en als ze binnen uitgebloeid zijn, steek ze dan gewoon buiten, in de grond, en dan kan je volgend jaar buiten van genieten. Kijk, eerst doen we natuurlijk een potscherf boven het drainagegat, zodat het zeker niet gaat verstoppen als we er de potgrond in doen. Het kost allemaal maar een heel klein beetje moeite, maar hoeveel plezier je zal hebben van die bolletjes, dat is ongezien! Die muscari op de vensterbank, de lente, heel vroeg al, trouwens, als je nu van een appelaar een paar takken afknipt, en ze binnen zet, dan gaan ze ook heel vroeg in de bloei komen. Die komen in het midden, die hyacinten. En dan ga ik zien of ik nog wat van die muscari aan de rand kan zetten. En de lente zal je tegemoet komen. Voila, straks nog gieten, en dat is dan klaar.
Voila, dat waren de lentebloeiers waar je van kunt genieten, binnen of buiten, je kiest zelf maar, maar het is ook nu echt het moment om zomerbloeiers te plaatsen. Dat kan buiten in de border, maar dat kan ook in pot. Begonia’s, hyacinten, noem maar op, of deze hele mooie fleurige anemonen. Kijk eens wat een kleurenpracht. En deze klaverachtige, oxalis – trouwens eetbare blaadjes, lekker zuur – ja die oxalis moet komen op een diepte van ongeveer vijf centimeter en die anemonen zit ergens tussen vijf en tien centimeter, ergens tussenin, dus we gaan daar een pot mee vullen en dan krijgen we een enorm rijke bloei in de zomer
Het is altijd het beste om de planten die het hoogst worden, om die in het midden te zetten. Deze wordt vijfentwintig centimeter hoog, deze ook. Die gaan we in het midden zetten, en daarrond gaan we oxalis zetten. Eerst in het midden … Het gemakkelijkst is om ze gewoon op de potgrond te leggen, en daarna gewoon in de potgrond te duwen. Het steekt allemaal niet op een centimeter. Je moet eens kijken, er zijn er al enkele die aan het schieten zijn. Dus ik duw ze nu gewoon een centimeter of acht naar beneden, voila, deze ook, kijk, dat zijn ook anemonen, maar die hebben een hele andere structuur, die komen er zo’n beetje rond. Ook in totaal een acht centimeter diep. Van zodra die een beetje water krijgen, dan gaan ze zwellen, dan gaan ze groeien, alle kracht zit in die bollen, zo, opnieuw wat potgrond erbij, en nu kan ik de oxalis erbij planten. Die gaan vijf centimeter diep. We zetten die helemaal tegen de rand. En hier naar beneden duwen. Een centimeter of vijf. Probeer wel altijd het puntje naar boven te houden. Dan gaan ze makkelijker uitschieten. Zo, die zitten op hun diepte allemaal. Een beetje grond erover. Wacht, hier is er nog eentje. Zo. Nog niets te zien op dit moment. En nu gaan we doen wat een mens het moeilijkste kan doen: namelijk gewoon wachten, maar het resultaat zal mooi zijn. Beloofd!

 

Kleurenschema
Aantal tegels per rij
Beeldverhouding
Weergave
Hoeken afronden
0

Welkom bij Professional Media Group 

Professional Media Group maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te optimaliseren en te personaliseren. Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met Het privacy- en cookiebeleid.